Op mijn dertiende kwam ik terecht op een kleine stal, een plek die uiteindelijk een groot deel van mijn jeugd zou vormen. Tussen de vijf paarden die daar stonden, was er één die mijn hart meteen raakte: Nogaret, een draver met een eigen wil, een zacht karakter en een ziel die je moest leren lezen. Ik mocht haar verzorgen, dag in dag uit. Terwijl andere kinderen hun weekenden vulden met uitjes, stond ik vroeg op stal. Daar, tussen stro, ademwolken en hoefgetik, vond ik rust, structuur en een band die ik nooit meer zou vergeten.
Met Nogaret leerde ik alles wat een jonge paardenliefhebber moet leren: vertrouwen, geduld, luisteren, voelen. Op zaterdagen liep ze op de drafbaan in Wolvega. Ik liep haar in, en daarna zaten we samen achter de trailer te snoepen alsof de wereld even stil stond. De hoefsmid was altijd een uitdaging, maar als ik voor haar stond met een plakje roggebrood, was alles goed. Dat was onze taal. Onze band. Mijn stukje jeugd.
Maar zoals dat gaat, werd ik ouder. School vroeg meer tijd, en ik moest stoppen. Het voelde alsof ik iets achterliet dat groter was dan ik toen kon begrijpen.
Jaren later keerde ik terug naar de stal. Stella, het veulen dat ik kende, was uitgegroeid tot een prachtige merrie. Maar op de plek van Nogaret stond een ander paard. Toen ik vroeg waar ze was, kreeg ik het antwoord dat mijn wereld even deed kantelen: “Naar de slacht.”
Ik ging in tranen weg. Het paard dat mij gevormd had, dat mij had geleerd te voelen, te kijken, te vertrouwen ''weg''. Het was alsof een deel van mijn jeugd werd uitgewist.
Toch bleef ik haar zoeken. Niet letterlijk, maar in uitslagen, herinneringen, foto’s. Hoop doet leven, en ergens bleef ik hopen dat het verhaal niet helemaal voorbij was.
Tien jaar later vond ik een berichtje op Bokt.nl. Een meisje zocht informatie over een paard dat zij had: Nora uit Wolvega. De foto die ik zag, brak me open. Dit was Nogaret. Mijn Nogie. Mijn Pops. Maar dat kon niet… toch?
Het kon wel. Nogaret was nooit naar de slacht gegaan. Ze was verkocht. Ze leefde. Ze had een nieuwe naam, een nieuw leven, een nieuwe kans.
Ik stuurde een bericht. De eigenaresse, Annemiek, reageerde warm, eerlijk en open. Ze vertelde over Nora’s karakter, haar koppigheid, haar gevoeligheid — alles wat ik kende. Alles wat ik ooit had gevoeld. En ze nodigde me uit om Nora te komen bezoeken.
Ik ging. En daar stond ze. Mijn jeugd. Mijn herinnering. Mijn wonder — levend, geliefd, veilig.
Nu, in 2026, leeft Nora nog steeds. Ze heeft het mooiste leven dat ik haar ooit had kunnen wensen. En Annemiek… zij is een prachtig mens. Liefdevol voor dieren, warm voor mensen, en inmiddels ook een geweldige moeder. Door haar leeft dit verhaal verder. Door haar kreeg Nora een thuis. Door haar kreeg ik de kans om mijn verleden op een zachte manier te helen.
Dankzij Annemiek vond ik een stukje van mijn jeugd terug. En dat is misschien wel het mooiste van dit hele verhaal.
Annemiek
Voor Annemiek. Voor het mooie mens dat jij bent voor dieren, voor mensen, voor de wereld om je heen.
Dankzij jou leeft Nora. Dankzij jou leeft het verhaal van Nogaret verder. Dankzij jou mocht ik een stukje van mijn jeugd terugvinden, op een manier die zacht was, helend en precies goed.
Je hebt Nora niet alleen een thuis gegeven, maar een leven waarin ze gezien wordt, begrepen wordt en volledig zichzelf mag zijn. En zonder dat je het wist, gaf je mij daarmee ook iets terug: een herinnering die ik jarenlang heb gedragen, maar nooit meer durfde vast te houden.
Je opende je hart, je stal, je vertrouwen. Je liet mij opnieuw kennismaken met een paard dat mij gevormd heeft. En je deed dat met een warmte die zeldzaam is.
Als iedereen een beetje van jou had, een beetje van jouw zachtheid, jouw geduld, jouw liefde, jouw manier van kijken, dan zou de wereld lichter zijn. Veiliger. Mooier.
Ik ben je dankbaar. Voor Nora. Voor dit wonderlijke verhaal. Maar vooral voor wie jij bent.
Dank je wel, Annemiek. Voor alles.
Reactie plaatsen
Reacties